vrijdag 5 april 2013

VCFs, een onbekend syndroom

5 april
Ik heb tot nu toe vooral geschreven over mijn ervaringen met de sociale werkplaats en de Wajong maar ik realiseerde me gister dat ik nog niet echt heb uitgelegd wat vcfs nu precies is.


Het vcfs,(velo cardiaal faciaal syndroom) ook wel 22q11 genoemd, is pas sinds de jaren 80 ontdekt. Veel mensen komen er pas op latere leeftijd achter dat ze vcfs hebben. Soms omdat een kind vcfs heeft, en na onderzoek ze erachter komen dat ze het zelf ook hebben. Vcfs is erfelijk, je hebt 50 % kans dat je kind het kan krijgen. Bij mij is het (helaas?) spontaan ontstaan. Helaas, weet ik eigenlijk niet omdat ik tot nu toe toch best een interessant leven heb mede dankzij deze aandoening. Maar ook is het niet altijd makkelijk.


Hoe ontstaat het eigenlijk?
VCFs ontstaat doordat er op de 22e chromosoom een stukje informatie ontbreekt. Dit is maar heel klein, maar kan grote gevolgen hebben. het vcfs heeft 180 verschillende kenmerken. De grootste kenmerken zijn open gehemelte, hart problemen en gezichtskenmerken. Mensen met vcfs kunnen licht verstandelijk beperkt zijn tot zwaarder. Dit is heel verschillend. Er kunnen veel psychische problemen ontstaan door het vcfs. Dit komt mede doordat het stofje dopamine in de hersenen niet genoeg aanmaakt waardoor mensen met vcfs informatie en prikkels niet goed kunnen verwerken.


Onzichtbaar
Ik ben wat dat betreft altijd blij dat het zich bij mij vrij licht uit. Ik heb zelf het idee dat het ook ligt aan wat je van thuis uit mee krijgt aan steun en hoe je ermee om gaat hoe goed je leven kan verlopen. Toch zijn er wel degelijk problemen waar ik last van heb en wordt ik mede daarom vaak overschat, omdat je het eigenlijk bijna niet aan me merkt.
Ik vind dat over het algemeen fijn dat ik buiten kan lopen zonder dat mensen zien dat er iets met me is.


Hoe uit het zich  nu bij mij dan?
Ik ben erg gevoelig. Ik ben makkelijk van slag. Als er moeilijke of negatieve situaties in mijn leven zijn kan ik daar een paar dagen flink door van slag zijn. Ik kan me dan ook niet op ‘t’ werk concentreren. Ik ga dan fouten maken. Mensen begrijpen dit vaak niet.
Ook merk ik steeds weer dat mijn geheugen niet altijd goed werkt. vroeger durfde ik daarom nooit op mezelf te vertrouwen omdat ik wel doorhad dat ik niet alles goed onthield. Ik vroeg aan collega’s een paar keer hetzelfde en dan ontstonden er irritaties. Ik vergat dan hoe ik het precies moest doen. Op de 1 of andere manier wil mijn geheugen dat niet onthouden. Nu ben ik van nature ook nog eens verstrooid dus dat helpt ook niet erg.


Ook is niet alles vanzelfsprekend voor mij. Wat voor een ander vanzelfsprekend is moet ik vaak eerst goed doorhebben voordat ik het snap. Nu heb ik er minder last van dan vroeger, maar vroeger heeft mijn moeder eindeloos geduld met me gehad om me bijvoorbeeld te leren aan kleden ik snapte niet hoe ik mijn hempje goed aan moest doen.


'Sommige mensen zullen nooit iets leren, omdat ze alles te vlug begrijpen' - Alexander Pope (1688-1744)


Nu kom ik uit een zeer sterke communicatieve familie waar ik natuurlijk veel van heb meegekregen hoe ik mezelf goed moet presenteren. Aan de ene kant vind ik dat een zege omdat ik zo goed kan uitleggen wat ik moeilijk vind. Aan de andere kant is het lastig door dat overschatten. Mensen kunnen mij vaak niet plaatsen.


Gelukkig zijn dit vrij lichte belemmeringen. Ik kan hiernaast namelijk ook heel veel. Soms heb ik alleen hierin een zetje nodig omdat ik blijf steken. met de juiste begeleiding kan ik bergen verzetten!


De laatste jaren heb ik mede dankzij de vcfs ontmoetingsdagen veel mensen met vcfs leren kennen. De 1 kan zich beter redden dan de ander. Sommige wonen begeleid en hebben gewoon een betaalde baan. Anderen hebben meer of minder hulp nodig.


Onbekend
Het lastigste van deze aandoening vind ik zelf dat het zo onbekend is. Je kent het alleen als je er mee geconfronteerd wordt dat iemand in je omgeving het heeft of als je het leert in je opleiding.
Daarom vind ik het heel belangrijk dat er meer aandacht komt voor deze onbekende aandoening. Er zijn namelijk heel veel mensen die dit hebben en die het ook moeilijk vinden om uit te leggen wat het nu precies is!

Ik ben dan ook heel blij dat ik goed kan schrijven en uitleggen wat het nu ongeveer betekend om met deze aandoening te leven. Het is belangrijk dat dit bekender wordt onder het grote publiek en dat is mijn doel!


U kunt me mailen op houtsmaanne@hotmail.nl

dinsdag 2 april 2013

Zeg je het wel of niet?


Ik was 20 jaar toen ik begon met stage lopen voor mijn opleiding secretarieel medewerker. ik werkte 28 uur als receptioniste bij een zorgkantoor in Utrecht en ik ging 1 dag in de week naar school. Omdat ik zelf niet goed wist hoe ik moest uitleggen wat het vcfs precies was of hoe het zich bij mij uitte besloot ik net te doen alsof er niks met mij aan de hand was. Dit lukte vrij aardig.

Ik weet nog goed dat ik het altijd heel irritant vond als mijn ouders aan andere mensen gingen vertellen wat ik had. Ik dacht dan: als ik het alleen had geweten dan had ik het voor mezelf gehouden en het nooit aan iemand verteld! Ik schaamde me er voor. Ik wilde niet anders zijn. En ik wilde ook niet dat andere mensen dat wisten.

Op het kantoor werkte ik samen met een directiesecretaresse. Zij moest mij alles leren. De samenwerking met haar liep erg moeizaam. Ze was behoorlijk kritisch. ik weet nog goed dat ik regelmatig mijn ouders belde als ik het niet meer goed wist. Zij sleepten me er dan doorheen door me  zo goed mogelijk met de situatie om te laten gaan.

Omdat ik in die tijd stagiaire was, had ik vrijbrief om op mijn tempo alles te leren. Ik maakte me toen al zorgen hoe het moest als ik straks geen stagiaire meer was en er van mij verwacht werd dat ik alles meteen zou kunnen.
Ik had het toen fijn gevonden als er een stichting was zoals Hoezo Anders die me had kunnen vertellen hoe ik dat het beste aan kon pakken.

Er kwam een moment dat de directiesecretaresse overspannen raakte, (niet mijn schuld trouwens) ik werd toen begeleidt door de directeur. Dat ging een stuk beter. Ze toonde begrip en geduld en hielp mij zelfs hoe ik mijn rapportage goed moest schrijven. Ik kreeg hele hoge cijfers voor secretariaatspraktijk dankzij haar begeleiding. Op een gegeven moment zette zij echter vraagtekens bij waarom het zo lang duurde voordat ik bepaalde werkzaamheden goed oppakte of zo onzeker was terwijl ik daar toch al enige tijd in dienst was. Zij zag dat ik meer tijd nodig had dan een ander.

Ik besprak de situatie met mijn ouders en mijn vader besloot te gaan praten met haar en open kaart te spelen. Ik weet het nog zo goed. Het was een vrijdagmiddag en we zaten met zijn drieeën in haar kantoor toen het hoge woord er uit kwam.
De directeur zij dat ze niet snapte waarom sommige dingen met mij zo moeizaam gingen en mijn vader dacht bij zichzelf ze moet weten wat er met Anne aan de hand is. Ik dacht op dat moment nog echter: tralala niks aan de hand kop in het zand...ik wilde het niet weten.
Mijn vader vertelde ‘Anne heeft een syndroom, het vcfs waardoor ze wat langzamer is met nieuwe dingen aan leren.’ Ik voelde de grond onder mijn voeten wegzakken. Ik keek hem geschrokken aan...waarom zei hij dat nou?! De directeur reageerde echter heel lief en begripvol.
Ze zij dat ze me nu beter kon begrijpen en plaatsen.
Na afloop voelde ik me enorm opgelucht. Er waren dus tóch mensen dit het wel konden begrijpen!
Of je het wel of niet verteld hangt mijn inziens af van de situatie. denk je dat ze er begrip voor tonen? Of sta je onder begeleiding van een jobcoach? Dan kan het wel. Begin je ergens nieuw dan zou ik eerst kijken wat voor bedrijf het is, wat de sfeer is en of je denkt dat ze er begrip voor zullen hebben of niet.
De ene keer pakt het wel goed uit en de andere keer niet. De weg is langer en moeilijker als je ‘anders’ bent maar daarom niet minder waard!

vrijdag 15 maart 2013

Dromen, durven, doen?

Woensdag 15 maart
Vandaag heb ik een inspirerend gesprek gehad met Jobstap. Ik heb gezegd dat ik een andere richting op wil dan administratie. Ik vertelde dat ik mijn passie in het schrijven heb gevonden, maar hoe krijg je zoiets betaald?
Dan zoek je toch weer in het onderwijs namelijk de HBO Journalistiek. Qua niveau zou ik dat misschien wel aankunnen maar dan heb je nog andere aspecten die hierbij komen kijken.

Door de beperking die ik heb, vcfs ben Ik wat langzamer met dingen aanleren. Wat voor een ander vanzelfsprekend is, is het voor mij niet.
Daarnaast ben ik uitermate gevoelig. Als er privé zaken niet lekker lopen ben ik daardoor best een tijdje van slag en kan ik me niet concentreren. dat heeft me in mijn werk al vaker dwars gezeten. Zou ik daar begrip voor krijgen als ik voor een hoger niveau ga? dan verwachten ze namelijk wel weer dat je alles kunt.
Daarnaast moet ik altijd goed op mijn grenzen en planning letten. Als er veel prikkels en onverwachte situaties zijn ben ik sneller van slag. Dan heb ik geen energie meer en kan ik niet doen wat ik wil doen.

Uitdaging
Bij mij is het plaatje altijd heel moeilijk te begrijpen. Ik wordt vaak overschat of onderschat. Als ik wordt onderschat moet ik mezelf bewijzen en vechten dat ik meer kan. Wordt ik echter overschat dan hobbel ik achter de feiten aan en loop ik weer een faal ervaring op. Dat wil ik voorkomen! Hoe vind ik hier nu een balans in? Ik wil zo graag laten zien dat ik meer kan dan me tot nu toe gegeven is! Maar ik wil niet mezelf overschatten.

Het is zo moeilijk. Wat is verstandig? Altijd een stapje terug blijven doen? Of toch voor die droom gaan? Of zal ik gewoon verder gaan met schrijven zoals ik nu doe en niet hoger inzetten dan ik aankan? Maar ik wil zo graag! Ik heb altijd gedroomd om toch een niveau hoger te gaan. Nu krijg ik de kans. Oh die tegenstrijdige gevoelens. Je zou er gek van worden...

En het cirkeltje is rond...
Ik weet in ieder geval dankzij de Broekriem activiteiten dat ik de richting SPW op wil gaan. Ik vind het erg leuk om activiteiten te helpen begeleiden. Nu maar hopen dat mijn beperking me niet in de weg gaat zitten bij deze nieuwe route. Het is een lange weg, maar daarom niet minder de moeite waard! 31 ben ik en eindelijk wandel ik (hopelijk) de goede richting op. Of is het toch weer een dwaal route? Ach ja zo blijf je bezig...

zondag 10 maart 2013

Het is even wennen...

Keuzes maken deel 2.
Het is even wennen...

In januari 2009 begin ik op de werkplaats. Ik moet flink wennen. Ik voel me een vreemde eend in de bijt. De meeste mensen die hier werken hebben een verstandelijke beperking of leven in hun eigen wereldje. Ik voel me bijna normaal als ik mezelf met sommige anderen vergelijk. Gelukkig zijn er ook mensen met wie ik wel gewoon kan communiceren.
Met hun heb ik fijne en interessante gesprekken. Ik begin ook onder ogen te zien dat het wel eens verdomd moeilijk zou kunnen worden om van het sociale werkplaats etiket af te komen. Want eenmaal op de sociale werkplaats terecht gekomen behoor je ook tot die doelgroep. Ook al voel ik me diep in mijn hart ‘niet zo als die mensen.’ (Maar dat is mijn eigen trots wat ik later leer.)

Een van mijn collega’s is aan het solliciteren buiten de sociale werkplaats. Ik vraag hem regelmatig hoe het gaat. Over het algemeen is hij een vriendelijk, goed gehumeurde man maar als ik hem vraag hoe het solliciteren verloopt krijg ik enigzins teleurgesteld antwoord. Werkgevers reageren liever niet op mensen die ‘een etiket hebben.’ de moed zinkt me zo
langzamerhand in de schoenen. Was dit wel de juiste keuze? Zal ik ooit nog van de sociale werkplaats af komen? Of van het etiket: ‘lastig te plaatsen?’ Ik verlies de hoop echter niet, ik heb er het vertrouwen in dat het via de juiste begeleiding op de sociale werkplaats wel zal lukken.

Het werk op de werkplaats is vrij eenvoudig. Met een grote groep mensen zit je (als er werk is) naast de lopende band en doe je inpak werkzaamheden. Een pakje wat een ‘gewone’ werknemer in zijn eentje doet, wordt hier met 10 man samen gedaan. Ach ja, je leert zo wel samenwerken. We hebben bijvoorbeeld werk van een technisch bedrijf waar we lampen voor inpakken. Iedere werknemer doet 2 lampen in de doos. De volgende ook weer totdat de doos vol is en dan pakt degene aan het eind van de band de doos in en legt hem op het pallet.

Als er geen werk is, wat regelmatig voor komt zit de hele afdeling letterlijk stil. Gelukkig mogen we wel spelletjes doen. het komt vaak voor dat we hele dagen zitten te mens-erger-je-nietten. Het is vrij lastig om je dan niet te ergeren...maar met je collega’s maak je er samen het beste van.

Ondertussen heb ik mijn vriend leren kennen en wonen we al een half jaar samen op mijn 1 kamer woninkje. Omdat het maar een 1 persoonswoning is besluit ik bij mijn vriend in Amersfoort te gaan wonen. Hij heeft namelijk een 3 kamer appartement. Gelukkig kan ik wel door middel van een naadloze aansluiting terecht bij de SW in Amersfoort..
Ik vind het spannend om mijn geboorteplaats waar ik mijn hele leven heb gewoond te verlaten maar ik zet toch de stap. Amersfoort lijkt me een leuke stad om te wonen en ik heb in ieder geval al werk dus mensen zal ik vanzelf wel leren kennen!
Ik neem afscheid van mijn collega’s, verhuis mijn spullen naar Amersfoort en begin vol goede moed op een nieuwe werkplaats...


Wil je weten hoe het verder ging op de SW in Amersfoort? Lees dan o.a

http://eenandereroute.blogspot.nl/2012/12/begin-dit-jaar-kreeg-ik-een-brief.html

en

http://eenandereroute.blogspot.nl/2012/12/het-jaar-2012.html

Volg me op twitter @houtsmaanne of stuur reactie naar Houtsmaanne@hotmail.nl
 

Voor eeuwig vrijwilliger?

keuzes maken deel 1
Voor eeuwig Vrijwilliger?

Het is eind 2006. Ik heb net een aantal weken op de sociale werkplaats in Utrecht gewerkt zodat ze kunnen zien wat mijn werk snelheid is, wat ik goed kan en wat ik minder goed kan. Na deze periode heb ik een aardig beeld hoe het er op de sociale werkplaats aan toe gaat. Het is er vooral erg druk en lawaaiig. Ik heb last gehad van mannen die met enge ogen naar me keken en ik voelde me er niet prettig. Gelukkig was de sfeer op de afdeling waar ik werkte wel goed zodat ik me er doorheen heb kunnen slaan. De keuze om op de SW te gaan werken is niet makkelijk. Toch zorg ik dat ik op de wachtlijst voor de SW kom.
Omdat het 3 jaar duurt voordat ik daar terecht kan, besluit ik samen met mijn trajectbegeleider om vrijwilligers werk te gaan doen.

In 2007 begin ik als vrijwilliger bij de bibliotheek. Ik vind het best spannend want ik ken dan nog niemand. Ik werk maar 2 middagen in de week maar dat is voor mij op dat moment prima. Ik begin met de inname van de boeken en boeken opruimen. Ik zeg eerlijk dat ik het achter de kassa niet zie zitten. Ik krijg het al Spaans benauwd als ik de wachtrijen zie!

Samen met mijn trajectbegeleider en de afdelingsmanager van de bibliotheek hebben we regelmatig gesprekken om te kijken of ik nog kan groeien in mijn werkzaamheden. Zo probeer ik op de woensdagmiddag met de voorlees activiteit mee te doen. Na afloop wordt er een leuk stukje geknutseld onder begeleiding van Irene en mij. Al vrij gauw wordt ik echter zenuwachtig van alle kinderen die er nog bij komen. Het is te veel. Irene vind het jammer dat ik zo onzeker ben, want ik deed het hartstikke leuk! Toch besluit ik na overleg om te stoppen met deze activiteit.

Na enige tijd geven de medewerkers aan dat ze merken dat ik lichtelijk gestrest wordt bij de inname van de boeken. De boeken vliegen je af en toe letterlijk om de oren. Vooral op woensdagmiddag is het druk. Dan zijn de kinderen vrij van school en gaan ze met mama nieuwe boeken halen. Het kan er hard aan toe gaan. Na overleg besluit ik dat het beter is als ik ook dit klusje maar laat voor wat het is. Ik richt me op het opruimen van de boeken.

Het is intussen eind 2008 en ik heb het naar mijn zin. De medewerkers zijn erg lief en ik vind het sociale gebeuren in de bibliotheek leuk. Met mijn traject begeleider van de sociale werkplaats zijn we aan het kijken wat de mogelijkheden zijn om in dienst te komen bij de bibliotheek.
Dit is namelijk mijn liefste wens. De andere mogelijkheid is dat ik op de sociale werkplaats terecht kom, wat ik niet zie zitten. Het liefst wil ik zo zelfstandig mogelijk mijn leven leiden!
Mijn werkzaamheden zijn inmiddels uitgebreid met boeken opsporen, kopie klusjes voor medewerkers nieuwe boeken stickeren en koffie en thee zetten.

Op een woensdagmiddag heb ik een gesprek met Hans, mijn traject begeleider. Hij verteld me eerlijk dat ik niet voldoende gegroeid en ontwikkeld ben om (assistent) medewerker bij de bibliotheek te worden. Maar er is per januari plek vrij op de sociale werkplaats. Ik kan kiezen of ik blijf vrijwilligster bij de bibliotheek, of ik ga de sociale werkplaats op. Ik moet even slikken. Ik wil niet huilen maar ik kan het niet tegen houden. Dit voelt als zo’n grote teleurstelling. Ik krijg een tissue aangereikt. ‘Denk er maar even over na.’ Zegt hij.

Ik ga naar huis en praat er over met mijn oudste zus en mijn ouders. ‘Je moet doen wat voor jou fijn voelt.’ Is hun advies. Na een paar dagen goed er over te hebben nagedacht weet ik voor mezelf dat ik weer een moeilijke keuze moet maken. Ik wil zo graag verder groeien en ik weet dat dit bij de bibliotheek niet mogelijk zal zijn. Ook heb ik een veilige werkplek nodig. Ik besluit voor de moeilijke weg te kiezen, ik ga op de sociale werkplaats werken. Ik wil ook niet voor eeuwig vrijwilligerswerk blijven doen! Op dat moment besef ik nog niet wat voor enorm etiket ik op mijn voorhoofd geplakt krijg...


Lees  hier Deel 2: Het is even wennen...
 http://eenandereroute.blogspot.nl/2013/03/het-is-even-wennen.html

maandag 25 februari 2013

Een lelijk eendje



Toen ik in de puberteit kwam wou ik altijd graag een vriendje. Ik was meestal verliefd, want dat is zo’n sterk gevoel dat gaat dwars door je negatieve emoties heen. Ik zat vanaf mijn 13e in een depressie en ging door een emotionele achtbaan wat betreft het accepteren dat ik ‘anders’ was.
Ik werd gepest, mensen zeiden dat ik lelijk was en dat geloofde ik. Ik dacht dat ik nooit een vriendje zou kunnen krijgen, want: wie werd er nou verliefd op míj??

Pas op mijn 17e kreeg ik mijn eerste vriendje. Dat stelde echter niet veel voor want hij was dol verliefd op mij maar ik niet op hem. Op mijn 20e kreeg ik mijn eerste echte serieuze relatie. Ik leerde hem kennen via internet dat was voor mij een ‘veilige’ manier om contact te krijgen/leggen met jongens zonder dat ik gekwetst werd.
Het was een nogal onzekere jongen en hij wilde erg graag een vriendin, nou daar reageerde ik wel op! Ik zag het als een kans op liefde.

Voordat we elkaar voor het eerst ontmoetten vertelde hij dat hij een dochter had van 4 jaar oud. Ik was jong en naïef en had geen flauw idee wat voor impact dat zou hebben. Ik dacht, we zien wel hoe het loopt. We ontmoetten elkaar en werden verliefd. Na ongeveer 2 maanden daten maakte ik kennis met zijn dochter. ze was wat verlegen in het begin, maar al gauw waren we dikke vriendinnetjes.

Het was een lange en heftige relatie. We waren enorm verliefd op elkaar maar omdat zijn dochter ook veel aandacht nodig had was het altijd de aandacht verdelen en keuzes maken. Ik zat altijd bij hun thuis ieder weekend ging ik naar Brabant. Overdag deden we leuke dingen met z’n drietjes en s avonds hadden we tijd voor ons zelf. Omdat zijn dochter niet de juiste aandacht kreeg van haar moeder die ze nodig had, was ze veel bij ons. Op een zeker moment woonde ze bij mijn ex en voelde ik me een soort moeder voor haar. Ik wilde ook met alle liefde voor haar zorgen. Ze was erg belangrijk voor me.

Ik was er naar toe aan het werken om met hun te gaan samen wonen. Ik wilde dat niet ineens doen want ik wilde daar zelf ook de tijd voor nemen. Maar ineens was daar dat andere meisje. Ik kwam erachter dat hij haar leuker vond dan ik en toen heb ik mijn spullen gepakt. Ik vond het naar om zo weg te gaan. Ik wilde geen afscheid nemen van mijn (stief) dochter. Maar op dat moment moest ik kiezen voor mezelf..

Ik vond het doodeng, ik dacht: Ik krijg vast nooit meer een vriendje. Ik voelde me zelf nog steeds lelijk en onaantrekkelijk. Maar ik had geen keus, ik werd geconfronteerd met mezelf. Ik kon niet meer voor mezelf weglopen.Uiteindelijk was dat voor mij de beste oplossing.
Zij waren toentertijd een goede afleiding voor mij, Ik ontvluchtte op die manier mijn eigen problemen om mijn onbekende aandoening onder ogen te zien. Nu had ik geen afleiding meer en werd ik gedwongen om naar mezelf en mijn leven te kijken. Wat wilde ik zelf?

Ik ben toen ruim 3 jaar alleen geweest voordat ik mijn huidige vriend leerde kennen. Ik moest veel verwerken en dealen met mijn problemen. Ik wilde er niet meer voor weglopen! Ik ging op toneel en leerde ontzettend veel. Ik raakte eindelijk  uit mijn depressie. Ik kwam erachter dat geluk in jezelf zit! Tot dan toe zocht ik het altijd buiten mezelf...
Ik begon eindelijk van mezelf te houden. Je kunt pas gelukkig zijn met iemand anders als je zelf gelukkig bent!

In 2008 leerde ik mijn vriend kennen. Na wat begin strubbelingen gingen we er uiteindelijk helemaal voor in 2009. Hij kwam vrij snel bij me wonen. Onze relatie ging vanaf het begin best snel. Na 3 maanden kregen we een hond bij ons die we via zijn broertje overnamen. Toen waren we al echt een ‘gezinnetje.’ Nu zijn we al bijna 4 jaar heel gelukkig samen. Hij houdt veel rekening met me. Ik heb veel slaap  nodig omdat ik snel moe ben. Onze relatie is helemaal in balans en dat vind ik heel fijn. Ook doet hij de boodschappen omdat ik helemaal gek wordt in supermarkten.

Het huishouden doe ik meestal omdat ik dat niet erg vind. Voor de rest gaan we ieder ons eigen gang we doen de dingen die we zelf graag willen en ook dingen samen natuurlijk.
Het voelt echt heel fijn en gaat goed zo. We respecteren elkaar zoals we zijn. Kortom ook dit 'lelijke' eendje is een mooie zwaan geworden!

Met mijn ex stiefdochter heb ik inmiddels nog steeds contact, af en toe zien we elkaar en dat is goed zo. Ik vind het fijn dat we contact hebben! Ze heeft nog altijd een speciaal plekje in mijn hart en dat blijft zo!


Reacties kunnen naar Houtsmaanne@hotmail.nl of volg me op twitter: @HoutsmaAnne 

 

woensdag 13 februari 2013

Trots

De afgelopen tijd stond de cito toets in de aandacht van de media. Dit riep ook bij mij herinneringen op. Ik spring voor dit verhaal even bijna 20 jaar terug, ongeveer het jaar 1995. Ik was achtste groeper en het was tijd voor de Cito toets. Een spannende periode natuurlijk voor iedereen, want wat voor niveau zou je krijgen en naar wat voor school zou je gaan? Tot dan toe had ik altijd op een gewone openbare basisschool gezeten. En dat ging best redelijk.

Mijn 2 oudere zussen hadden allebei een vrij hoog niveau gekregen vwo en havo en ik wilde laten zien dat ik dat ook kon.  Hoewel ik ergens ook wel wist dat dit er waarschijnlijk niet in zat voor mij. Ik rekende bijvoorbeeld altijd met groep 6 mee en met sommige andere taakjes liep ik ook achter. Ik heb urenlang moeten oefenen om te snappen hoe breuken, grammen en kilogrammen nou werkten.
Toch hoopte ik dat ik kon laten zien dat er wel degelijk meer in zat. Vol spanning ging ik de avond van de uitslag met mijn ouders naar school. Wat zou het zijn geworden?
Ik kreeg het advies vbo-mavo. Ik voelde me zwaar teleurgesteld. Hoe kon het dat mijn zussen wél havo en vwo kregen en ik niet? Ik snapte er niks van.

De volgende dag gonsde het overal: wat voor advies heb jij gekregen? Velen kondigden trots aan dat ze havo of vwo hadden. Ze vroegen het natuurlijk ook aan mij en ik antwoordde dan vbo. Een jongen vroeg zelfs: ´Anne, zei je nou vbo of vwo?’  ik zei: ‘vBo.’ ‘Ooohh, ik dácht al.’ zei hij op zo’n manier van: ik kon het me al niet voorstellen....

We gingen een keuze maken voor de middelbare school. Ik voelde angst en onzekerheid om naar een ´gewone´ school te gaan. Ik was bang dat ik weer buiten de boot zou vallen en erg gepest zou worden.  Ik had al ervaren dat mensen het niet altijd begrijpen als je wat langzamer bent. Mijn ouders en ik kozen voor het voort gezet speciaal onderwijs. Toen we in de klas een kring gesprek hadden en we allemaal vertelden naar welke school we gingen werd ik uitgelachen omdat ik naar een speciale school ging... ik kon wel door de grond zakken van ellende. 1 meisje was zo lief om te zeggen: ‘Het geeft toch niet, als dat voor haar beter is!’ Dat vond ik erg fijn.

De vervolg school duurde maar 2 jaar en dat was maar goed ook, want ik ben hier ontzettend gepest. Het was een school voor kinderen met gedragsproblemen en met leer problemen en feitelijk had ik dat geen van beiden. Ik had alleen wat meer aandacht en tijd nodig. Ook was ik erg onzeker en kwetsbaar omdat ik net had gehoord dat ik een onbekende vage aandoening had. Nou dan weet je het wel. In die periode heb ik me suf geleerd, ik wilde zo graag dat na 2 jaar het advies hoger zou zijn dan vbo.
Helaas, na 2 jaar keihard werken en overleven was ook hier het advies: vbo-mavo. Op de vervolg school heb ik toen eigenlijk geen zin meer gehad om mijn best te doen. Ik zakte weg in een diepe depressie, het had toch allemaal geen zin...

Uiteindelijk heb ik mijn vbo-mavo diploma gehaald waarna ik een vervolg opleiding MBO niveau 2 ging doen. Ik had geen flauw idee wat ik nu eigenlijk leuk vond dus koos ik de richting secretarieel medewerker. Dat leek me nog het meest toepasselijk. De opleiding rondde ik goed af en ik begaf me vol goede moed op de arbeidsmarkt. Eigenlijk had ik nog door willen leren naar niveau 3 maar ik vond niet op tijd een stage plek en toen besloot ik maar ‘gewoon’ te gaan werken. Helaas, na een aantal negatieve ervaringen zat ik er helemaal door heen. Ook in het werkende leven stootte ik mijn neus op onbegrip. Want, waarom kon ik wel goed communiceren en zag je niks aan mij maar was ik langzamer dan een ander en had ik meer begeleiding nodig? Na een aantal maanden volgde dan ook meestal het ontslag. En weer een negatieve ervaring rijker.

Om een lang verhaal kort te maken: uiteindelijk kwam ik terecht in de Wajong. Ik vond het verschrikkelijk vervelend om dit aan te vragen. Ik wilde namelijk juist zo graag laten zien dat ik het allemaal zélf kon, ik wilde zelfstandig zijn. En dit dan aan te vragen was voor mij het absolute dieptepunt. Uiteindelijk bleek dit juist heel fijn te zijn en vooral heel veel rust te geven. Ik had eindelijk tijd om uit de depressie te komen waar ik al 12 jaar last van had. Ik had even adempauze.

Via de Wajong werd ik aangemeld voor de Sociale Werkplaats. Ik vond het een moeilijke keuze. Ik wist niet wat ik kon verwachten. Ik voelde wel dat ik veiligheid en bescherming nodig had. Ik besloot er gewoon voor te gaan. Ik had meer tijd nodig om mezelf te ontwikkelen en die moest ik mezelf ook gunnen vond ik.

Toch was het een erg moeilijke leerweg. Vooral de laatste 2 jaar in Amersfoort gingen moeizaam.
Ik werd erg onderschat terwijl ik zelf wel wist wat mijn kwaliteiten waren. Ik wilde zó graag laten zien dat ik wel degelijk meer kon dan alleen op de Sociale werkplaats werken. Ik kreeg alleen de kans niet. Elke dag was voor mij een gevecht en moest ik mezelf een schop onder mijn kont geven om naar het werk te gaan.
Op een dag besefte ik ineens dat het mijn trots was waar ik al die tijd zo’n last van had. Dit was voor mij een belangrijk inzicht en een hele opluchting want vanaf toen ging ik met een lichter gevoel naar het werk. Het ging allemaal een stuk makkelijker!

Ik spring even verder naar 2012 dat was een belangrijk jaar voor mij. Ik deed de EVC cursus en uit de test die ik gedaan had kwam dan eindelijk het grote nieuws: ik had ruim MBO niveau 4! Eindelijk na al die jaren kwam het er dan toch uit! Wat was ik blij. Dit was voor mij de bevestiging waar ik zo lang op gewacht had. Ik heb gewoon wat meer tijd nodig en blijkbaar is dat erg lastig in deze maatschappij. Dat vind ik erg zonde want op deze manier vallen een boel kinderen buiten het bootje.

Nu ben ik bezig met vrijwilligerswerk voor Hoezo Anders en De Broekriem waar ik veel voldoening uithaal, maar mijn droom blijft nog altijd om weer een zelfstandig, betaalde baan te vinden. Een baan waar ik ‘gewoon’ mezelf kan zijn met al mijn talenten en net dat extra beetje aandacht en begrip die ik nodig heb!


Reacties kunnen naar houtsmaanne@hotmail.nl of volg me op twitter @houtsmaanne